Een nieuw tijdperk
Hans Isaac, directeur van de Bijenkorf Beheer.
Foto uit een uitgave van BijenKorf over Hans Isaac in 1966.
Tot lang na de Tweede Wereldoorlog werd de Bijenkorf geleid door familieleden van de oprichters, bijgestaan door invloedrijke deskundigen als Leo Meyer, Frits Kaufmann, Dr. H.W.M. Littaur (neef van Leo Meyer) en Engelbert.C. Wolsheimer. Maar ook binnen de inkoop waren joodse managers sterk vertegenwoordigd.
Ten gevolge van de Duitse bezetting en de daardoor veroorzaakte enorme teruggang in activiteiten, het bombardement van de Bijenkorf Rotterdam en het vertrek van de families Goudsmit en Meyer naar het buitenland, was de organisatie flink ontwricht en het herstel heeft dan ook wel enige tijd gekost. Bovendien was de samenstelling van het personeel compleet veranderd: van de bijna 700 joodse medewerkers eind 1939 waren er in 1945 nog slechts 97 over. Toch slaagde de directie er steeds weer in voor de cruciale functies de juiste medewerkers en leidinggevenden te vinden, van wie ook nu weer een aantal van joodse afkomst.

Van de bijna 700 joodse medewerkers in de Bijenkorf eind 1939 waren er in 1945 na WO II nog slechts 97 over.
De nieuwbouw van de Bijenkorf in Rotterdam luidde een nieuw tijdperk in. Van der Wal, tot die tijd een belangrijk lid van de directie, had de investeringen van het filiaal onvoldoende in de hand weten te houden, waardoor zijn vertrek onontkoombaar was, ondanks zijn grote verdienste tijdens en na WOII. Hij werd opgevolgd door Jack Bons. Bons was veel meer een bestuurder op afstand, die op holdingniveau controle uitoefende.
In de werkmaatschappij de Bijenkorf was de joodse creatieve kracht in het management sterk vertegenwoordigd in de drie gebroeders Isaac en andere joodse managers. Maar ook niet joodse topfunctionarissen hebben door hun inzet het herstel van de Bijenkorf bevorderd, zoals Benninga, Menalda, Verhoog en juffrouw Kerkhoff (opvolgster van Frits Isaac in Den Haag).
De nieuwbouw in Rotterdam, de groei en expansie in de jaren zestig - in 1969 kreeg ook Eindhoven een eigen Bijenkorf - de niet aflatende creativiteit van stijliconen als Benno Premsela, Annie Apol, Lidewij Edelkoort en het commerciƫle toptalent Emile Crince Le Roy, maar ook het vakmanschap van vele unieke, vaak joodse inkopers zorgden voor de voortzetting en bloei van een bedrijfscultuur die gekenmerkt werd door creativiteit, innovativiteit binnen een informele organisatie en werkwijze. Stijl en vormgeving bleven sterke pijlers, samen met de internationale oriƫntatie via onder meer de spraakmakende landenacties.
De organisatie bleef vrijwel onveranderd: een lijnorganisatie met in- en verkoop en administratie. Wel waren inkoop en reclame gecentraliseerd in Amsterdam, in de kantoren boven het warenhuis aan de Dam.

Jack Bons vanaf 1957 in de directie van Bijenkorf Beheer. Foto uit archiefstukken van de fam. van Raalte.

Archief foto uit KBB archief van filiaal Rotterdam uit 1957.